‘Marcus, ben je daar?’

Ik duw de deur open, maar het blijft stil. Normaal begroet hij me altijd enthousiast. Ik reik naar het lichtknopje en klik hem aan, maar er gebeurt niks. Weer probeer ik de schakelaar, maar het blijft donker. Hoe kan dat nou?

Een koude windvlaag strijkt langs mijn arm en de haartjes gaan meteen recht overeind staan. Er klopt iets niet. Ik doe de voordeur dicht, haal mijn telefoon uit mijn zak en met de zaklamp functie aan loop ik naar de woonkamer.

‘Niet bang zijn, hoor. Het licht doet het even niet, maar die fix ik zo.’ Ik praat zo rustig mogelijk in de hoop dat hij mijn onrust niet zal merken.

Als ik in de woonkamer kom, staat zijn mand er verlaten bij. De mand waarin hij altijd ligt als ik thuiskom. Ik hurk even en voel aan de stof van de mand. Het is nog warm, dus hij moet hier net nog zijn geweest.

Een onstuimig gevoel bekruipt me als ik weer rechtop ga staan. ‘Marcus?!’

Snel loop ik door naar de keuken waar zijn etensbak onaangeroerd staat. Ik schijn om me heen, maar het enige wat ik zie is mijn eigen weerspiegeling in de gitzwarte ramen.

Weer voel ik een koude luchtstroom, gemengd met een geur die me vaag bekend voorkomt. Ik trek mijn jas dichter om me heen en leg mijn hand op mijn holster.

Behoedzaam stap ik weer de gang op en er klinkt een schuifelend geluid van boven. Ik haal diep adem en sta op scherp. Zo zachtjes mogelijk loop ik naar boven en de trap kraakt onder mijn gewicht. Mijn maag trekt zich samen en ik probeer dapper te zijn, professioneel. Eenmaal boven fluister ik: ‘Wees alsjeblieft hier.’

Onder één kamerdeur schijnt een zacht licht. Het schuivende geluid lijkt opgehouden en ik duw de deur open. Mijn adem stokt en ik blijf als aan de grond genageld staan. Mijn herdershond Marcus ligt bewegingloos op de grond.

Ik laat me naast hem vallen en er prikken tranen achter mijn ogen. Zachtjes mompel ik zijn naam als ik hem aai. Mijn aandacht wordt getrokken door een wit briefje naast het wapperende gordijn. Ik pak het papier en de geur die ik zojuist niet kon plaatsen komt in één klap binnen. Het is Chanel N°5, de parfum die mijn moeder droeg toen ze nog leefde. Met ingehouden adem open ik het briefje en zodra ik de tekst lees, word mijn zicht troebel.

Ik weet waar je woont, dit is nog maar het begin.

Mijn keel slibt dicht en ik zak in elkaar op de grond.

Lindi Melse is schrijver, blogger en illustrator. Momenteel schrijft ze haar debuut in het feelgood genre.